Nagalmtijd

Reverberation Time. Room acoustic descriptors.

De nagalmtijd wordt gewoonlijk als volgt gedefinieerd: de tijd die nodig is om het geluidsdrukniveau in een ruimte met 60 dB te laten afnemen nadat de geluidsbron wordt uitgeschakeld. Om de tijdsduur hiervan vast te stellen worden verschillende delen van de galmcurve gebruikt.

De parameters T20 en T30 worden normaal gesproken "late nagalmtijden" genoemd omdat het latere deel van de curve gemeten wordt. EDT wordt "vroege nagalm" genoemd en wordt geacht beter te laten beter zien hoe we galm in een ruimte ervaren.

Wanneer Early Decay Time (EDT) gemeten wordt, wordt er een interval van 10 dB gebruikt. Bij T20 wordt een interval van 20 dB gebruikt. Wanneer T20 geanalyseerd wordt begint de evaluatie pas nadat het geluidsniveau al met 5dB gedaald is. Bij T30 wordt een interval van 30 dB gebruikt en ook hier start de evaluatie pas wanneer het geluidsniveau met 5 dB gedaald is. Als de galm curve een rechte lijn laat zien, zullen de EDT, T20 , T30 allen dezelfde waarde laten zien. In de praktijk is de galm curve zelden recht (maar golvend), wat betekent dat de parameters zullen verschillen.

 

Waargenomen eigenschap Objectieve parameter Symbool Eenheid Uitleg Norm
Galm (echo) Nagalm tijden EDT, T20, T30 Seconde (s) Meet snelheid waarmee geluid in een ruimte verdwijnt. ISO 3382-1 / 2